Sparen of beleggen voor uw kind?
U wilt iets opbouwen voor de volgende generatie. De vraag is of u dat geld op een spaarrekening zet of belegt. Beide opties hebben hun plek, maar de keuze heeft aanzienlijke gevolgen voor het bedrag dat uiteindelijk beschikbaar komt.
Wat sparen oplevert
Sparen voelt vertrouwd. Uw geld staat op de bank, het depositogarantiestelsel beschermt bedragen tot 100.000 euro en u weet precies waar u aan toe bent. Dat gevoel van zekerheid is reëel.
De keerzijde: de spaarrente ligt structureel onder het niveau van de inflatie. Een euro die u vandaag op de spaarrekening zet, koopt over achttien jaar minder dan vandaag. Een concreet voorbeeld: wie maandelijks 200 euro spaart tegen 2% per jaar, heeft na achttien jaar circa 51.500 euro. Gecorrigeerd voor een gemiddelde inflatie van 2,5% per jaar ligt de reële waarde hiervan aanzienlijk lager.
Wat beleggen over de lange termijn kan opleveren
Beleggen brengt risico's mee. Koersen dalen, en rendement is nooit gegarandeerd. Over de lange termijn hebben breed gespreide beleggingen historisch gezien echter wel positieve rendementen opgeleverd, al zegt dat verleden niets over de toekomst.
Diezelfde 200 euro per maand, belegd in een breed gespreid wereldwijd aandelenfonds met een gemiddeld rendement van 7% per jaar, groeit in achttien jaar uit tot circa 85.000 euro. Dat is bijna 34.000 euro meer dan bij sparen, met exact dezelfde inleg. Het verschil zit in het samengesteld rendement: u ontvangt rendement op eerder verdiend rendement, en dat effect versterkt zich naarmate de horizon langer is.
Beleggingsrisico in perspectief
Op korte termijn kunnen koersen flink bewegen. Over perioden van vijftien jaar of langer zijn er historisch gezien vrijwel geen gevallen geweest waarbij een breed gespreide aandelenportefeuille een negatief totaalrendement opleverde. Dat neemt het risico niet weg, maar zet het wel in verhouding.
Wat daarbij vaak wordt onderschat, is het risico van níet beleggen: het geleidelijke verlies aan koopkracht door inflatie. Brede spreiding en periodieke inleg beperken het beleggingsrisico verder, al elimineren ze het niet.
Combineren: noodreserve, korte en lange termijn
De keuze hoeft geen of-of te zijn. Veel families werken met drie aparte bakjes:
- Een noodreserve op de spaarrekening, doorgaans drie tot zes maanden aan vaste lasten.
- Geld dat binnen vijf jaar nodig is, op een spaarrekening of in een deposito.
- Vermogen dat pas over tien jaar of langer nodig is, belegd om de koopkracht te behouden en te laten groeien.
Fiscale aspecten
Zowel sparen als beleggen telt mee in box 3 van de inkomstenbelasting. De Belastingdienst hanteert een hoger forfaitair rendement voor beleggingen dan voor spaargeld. Via een BEM-rekening op naam van het kind profiteert u van het eigen heffingsvrij vermogen van het kind. Gecombineerd met de jaarlijkse schenkingsvrijstelling van 6.908 euro per kind kunt u op een fiscaal efficiënte manier vermogen opbouwen.
Het comfortaspect
Beleggen vraagt geduld, vooral wanneer de markt daalt. Als koersbewegingen u slapeloze nachten bezorgen, is een grotere buffer op de spaarrekening verstandig, ook al levert dat op de lange termijn waarschijnlijk minder op. Een goede vermogensadviseur houdt rekening met zowel uw financiële doelen als uw persoonlijke comfort bij onzekerheid.
Persoonlijk advies
Bij Noble & Partners kijken wij samen met u welke verdeling tussen sparen en beleggen past bij uw situatie, uw horizon en uw wensen voor uw kinderen of kleinkinderen. Neem vrijblijvend contact op voor een persoonlijk gesprek.


