April 2024 bewees dat financiële markten net zo grillig kunnen zijn als het voorjaarsweer. De onrust was niet het gevolg van verslechterende economische fundamentals, integendeel. Juist de veerkracht van de economie gaf voedsel aan de zorg dat de Federal Reserve de rente langer hoog zou houden dan markten hadden ingeprijsd.
Renteverwachtingen bijgesteld
In de loop van april werden de verwachte renteverlagingen verder naar voren geschoven. Die herprijzing deed de marktrentes oplopen: de tienjaars Nederlandse rente steeg van 2,58% naar 2,81%. Obligatiemarkten hadden daarmee een ronduit moeizame maand. De druk op aandelenwaarderingen die in zo'n klimaat gebruikelijk is, deed zich ook hier gelden, al viel het uiteindelijke schade mee.
De AEX sloot april op 878,83, tegenover 881,78 bij de start van de maand. Een bescheiden daling van 0,3%. Amerikaanse beurzen lieten over diezelfde periode een groter verlies zien.
Bedrijfscijfers als tegenwicht
Wat de koersdaling beperkt hield, waren de kwartaalresultaten. Veel bedrijven, met name in de technologiesector, overtrof de verwachtingen voor het eerste kwartaal. Die meevallende cijfers stelden beleggers gerust en zorgden voor een gedeeltelijk herstel in de tweede helft van de maand. De spanning tussen macro-zorgen over rente en solide bedrijfsfundamentals bleef het dominante thema.
Centrale banken op koers: Fed en ECB
De inschatting in die periode was dat de Fed aanvullende geduld zou betrachten voor een eerste verlaging. De Amerikaanse economie groeide nog steeds, maar de kracht leek geleidelijk minder te worden. Dat vergrootte de kans op een positieve verrassing aan de rente-kant later in het jaar. De Fed zou richting de verkiezingen weinig ruimte willen nemen die de economie zou kunnen schaden; de balans tussen inflatiebestrijding en groei leek te verschuiven.
Voor de ECB lag de urgentie hoger. De zwakke economische situatie in Duitsland en Frankrijk maakte een spoedige start van renteverlagingen wenselijk. Het gevolg: het renteverschil tussen de eurozone en de VS zou waarschijnlijk verder oplopen, wat de dollar relatief aantrekkelijk maakte.
Portefeuillepositionering in april
Binnen de portefeuilles bleef de weging naar aandelen overwogen. Er werden enkele beperkte aanpassingen doorgevoerd; een nieuwe toevoeging was Alfen, een speler in de energietransitie-infrastructuur. De goudpositie werd gecontinueerd. Verder werd de rentegevoeligheid vergroot via obligaties met een langere looptijd, een stap die anticipeerde op een mogelijke draai in het rentebeleid. De marktomstandigheden werden als voldoende ondersteunend beschouwd om de bestaande allocatie in stand te houden, al bleef waakzaamheid voor verslechtering geboden.


