Het eerste kwartaal van 2024 verliep voor financiële markten uitzonderlijk gunstig. Dalende inflatie, een veerkrachtige economie en anticiperende beleggers vormden samen een klimaat waarin aandelenkoersen gestaag opliepen. Dit maandbericht beschrijft de observaties en overwegingen van die periode.
Een verrassend degelijke economie
Wat opviel in het eerste kwartaal was hoe goed de economie standhield in een omgeving van hoge rentes. Consumenten en bedrijven bleken minder rentegevoelig dan veel analisten hadden verwacht. De verklaring lag in de financieringsstructuur: in de periode van negatieve rentes was er massaal langjarig gefinancierd, waardoor de directe doorwerking van hogere tarieven beperkt bleef.
Loonstijgingen vulden daarnaast de koopkrachtdaling door inflatie gedeeltelijk op. Het consumentenvertrouwen stond weliswaar laag, maar een diepe recessie bleef uit dankzij een krachtige dienstensector. De Amerikaanse economie presteerde daarbij beter dan vrijwel alle prognoses hadden voorzien.
Rente, obligaties en de positie van de centrale banken
In maart daalde de tienjaarsrente in Nederland van 2,73% naar 2,59%, wat de kalmte op obligatiemarkten weerspiegelde. De ECB gaf signalen af die een positievere kijk op obligaties rechtvaardigden. De Fed koos bewust voor een afwachtende houding: de kracht van de Amerikaanse economie gaf de centrale bank de ruimte om meer inflatiedata af te wachten voordat een eerste renteverlaging aan de orde zou zijn.
Voor de ECB lag de situatie anders. De Duitse economie had het zwaar, en overheden stonden voor forse investeringen in defensie en energietransitie. De verwachting in die periode was dat de ECB eerder dan de Fed zou overgaan tot verlaging, wat korte-termijn steun gaf aan de Amerikaanse dollar.
Aandelenmarkten en portefeuilleoverwegingen
De AEX steeg in maart van 848,44 naar 881,78 punten, een plus van 3,91%, gedreven door brede marktparticipatie. Een factor die in de analyse naar voren kwam was de grote hoeveelheid kapitaal geparkeerd in geldmarktfondsen. Veel beleggers hadden in de onzekere jaren daarvoor hun overtollige middelen relatief risicovrij weggezet. Bij een dalende rente zou de aantrekkelijkheid van risicovolle beleggingen herstellen. Die verschuiving was al deels zichtbaar in de koersontwikkeling van cryptomarkten.
In die context werd de aandelenallocatie in de portefeuille verder verhoogd naar overwogen. Intel werd als specifieke positie opgenomen: het bedrijf profiteerde van overheidssubsidies gericht op het verminderen van de Amerikaanse afhankelijkheid van Taiwanese chipproductie. Dat investeringsprogramma werd ook als katalysator gezien voor ASML, dat zou profiteren van de uitbreiding van productiecapaciteit in de sector. Ook ASML werd in een deel van de beleggingsmodules opgenomen.
De goudpositie werd gehandhaafd. Tegelijkertijd werd de rentegevoeligheid van de portefeuille vergroot door de aankoop van obligaties met langere looptijden, als aanvulling op de aandelenblootstelling.
Vooruitblik: waakzaamheid naast optimisme
De stemming was constructief, maar niet onbezorgd. Het basisscenario ging uit van verdere steun voor risicovolle beleggingen, gestimuleerd door renteverlagingen en de geleidelijke uitstroom van geld uit geldmarktfondsen. Tegelijkertijd werd er op gewezen dat geopolitieke onrust aanleiding kon geven tot een defensievere positie. De intentie was om bij verslechtering snel liquiditeit of bescherming op te bouwen. Een heldere lucht, maar met oog voor wat zich aan de horizon kon aandienen.


