April 2025 zal de boeken ingaan als een maand die de financiële wereld ruw wakker schudde. De aankondiging van extreme Amerikaanse invoerheffingen, gepresenteerd op de zogenoemde 'Bevrijdingsdag', greep dieper in op markten en bedrijfsleven dan vrijwel iemand had voorzien.
Een schok die niemand verwacht had
Dat er handelstarieven zouden komen, stond al langer in de lucht. Maar de omvang en het tempo waarmee president Trump zijn maatregelen doorvoerde, verraste breed. Een breed pakket aan heffingen op vrijwel alle handelspartners, met onmiddellijke ingang, dat was van een andere orde dan de markt had ingeprijsd. De koersen reageerden scherp neerwaarts, staatsobligaties werden verkocht en rentes stegen. Het deed denken aan de begindagen van de kredietcrisis: een kleine groep mensen nam een besluit met consequenties die ver buiten hun eigen rekenmodellen reikten.
Na een week van forse koersdalingen werd de ingangsdatum met 90 dagen uitgesteld. Europa, verrast door de snelheid van het nieuws, had een tegenreactie voorbereid maar voerde die niet door. Dat uitstel beperkte de effectieve heffingen voor Europa tot 10% en creëerde ruimte voor onderhandelingen. China koos een andere weg: directe tegenmaatregelen die escaleerden tot heffingen van 125% over en weer. Import werd op die niveaus schlicht onbetaalbaar.
Economische vertraging zette door
De onzekerheid over definitieve tarieven zorgde ervoor dat bedrijven investeringsbeslissingen uitstelden. Voor sectoren als de automobielindustrie, waar productielocaties nauwkeurig zijn afgestemd op mondiale toeleveringsketens, is het simpelweg niet mogelijk te handelen zolang de spelregels onduidelijk zijn. Handel heeft zekerheid nodig; die ontbrak in april volledig.
In de VS begon dit zichtbaar te worden in de groeicijfers. Het eerste kwartaal toonde al een krimp van 0,3%. Twee opeenvolgende kwartalen van krimp vormen technisch een recessie, een scenario dat steeds minder theoretisch leek. De Federal Reserve zat klem: renteverlagingen lagen voor de hand bij een afkoelende economie, maar de inflatie bleef hardnekkig. Invoerheffingen en stijgende arbeidskosten dreven prijzen op, en de dalende dollar maakte ingevoerde goederen verder duurder. Alleen de olieprijs bood enige compensatie.
Marktbewegingen in april
De AEX sloot de maand af op 877,89 punten, tegenover 898,80 aan het begin, een daling van 2,3%. Dat klinkt gematigd, maar tussentijds lag het verlies op meer dan 11%. Het herstel volgde pas na het uitstel van de heffingen. De Amerikaanse markt liet een vergelijkbaar patroon zien.
Obligaties boden in april nauwelijks bescherming. De onrust rond Amerikaanse staatspapier dreef rentes ook in Europa aanvankelijk omhoog: beleggers eisten een hogere vergoeding voor het risico. Pas toen kapitaal uit de VS naar Europese staatsobligaties stroomde, en de ECB de rente verlaagde, keerde het tij. De rente op 10-jaars Nederlands staatspapier daalde van 2,92% naar 2,72%. Goud bevestigde opnieuw zijn karakter als anker in turbulente tijden: de prijs steeg naar een nieuw record van $3.300 per troy ounce.
Positionering in die periode
In deze omgeving werd de voorkeur gegeven aan Europese bedrijven die minder afhankelijk zijn van transatlantische exportstromen. Europese overheidsinvesteringen in defensie en infrastructuur boden voor dit soort bedrijven concrete groeikansen. Binnen het obligatiesegment werd gekozen voor langere looptijden, mede in het licht van het Europese monetaire beleid. De goudpositie in de portefeuilles bleef gehandhaafd als buffer tegen geopolitieke onrust.
De beleggingsomgeving van april 2025 was ongemakkelijk maar niet stuurloos. De kernvraag voor de maanden daarna was of de tarieven een tijdelijk onderhandelingsinstrument zouden blijken, of het begin van een structurele herschikking van de wereldhandel.


