April 2026 stond in het teken van een opvallende combinatie: geopolitieke spanning die maar niet afnam, en financiële markten die ondanks dat toch hoger eindigden. De verklaring lag vooral in de bedrijfscijfers, die vielen breed beter uit dan verwacht.
Straat van Hormuz: onderhandelingen muurvast
De blokkade van de Straat van Hormuz bleef gedurende de hele maand van kracht. Een wapenstilstand was er wel, maar de onderhandelingen tussen de VS en Iran zaten vast. Washington eiste een definitieve stopzetting van het Iraanse kernwapenprogramma, of in ieder geval een bevriezing voor twintig jaar. Teheran was bereid tot maximaal vijf jaar, en wilde bovendien pas praten zodra de blokkade werd opgeheven. Dat leidde tot een patstelling.
Europa speelde geen rol van betekenis in dit proces, en ook Pakistan, een mogelijke bemiddelaar, had zijn geloofwaardigheid al goeddeels verspeeld. De vraag die openstond was welke partij nog voldoende gewicht in de schaal kon leggen om een akkoord dichterbij te brengen.
De gevolgen van de blokkade raakten vooral landen in Azië en Afrika, waar de aanvoer van olie, gas en kunstmest stokte. De economische remming was er voelbaar in oplopende werkloosheid en toenemende armoede. Westerse landen bleven ook niet gevrijwaard: brandstofprijzen stegen, al was de impact minder ingrijpend dan in 2022.
Centrale banken in een lastige positie
De aanhoudende energieschaarste voedde de zorgen over inflatie op langere termijn. Centrale banken bevonden zich daardoor in een lastige positie. Ingrijpen was riskant: een scenario van stagflatie, trage groei gecombineerd met hardnekkige prijsstijgingen, gold als het grootste gevaar. De keuze was dan ook om af te wachten en de ontwikkelingen verder te volgen.
Voor de VS gold dat de energieonafhankelijkheid enige buffer bood, maar ook Amerikaanse consumenten merkten hogere pompprijzen. Dat gegeven maakte een snelle deal politiek aantrekkelijk voor de Amerikaanse kant. Ondertussen werden alternatieve aanvoerroutes verkend om de afhankelijkheid van de Straat te verminderen.
Markten stegen, aangedreven door kwartaalresultaten
Terwijl de geopolitieke situatie stagneerde, richtten beleggers hun blik op de resultaten over het eerste kwartaal. Die vielen in de meeste gevallen beter uit dan analisten hadden verwacht. De technologiesector was een uitgesproken uitblinker: AI-gerelateerde investeringen gingen onverminderd door, en dat was terug te zien in de cijfers.
De AEX-index sloot april af op 1.014,09 punten, een stijging van 5,6% ten opzichte van de 959,80 punten waarmee de maand begon. De Nederlandse chipindustrie leverde een belangrijke bijdrage aan die beweging. De S&P 500 presteerde nog sterker met een maandwinst van 10,6%, eveneens gedreven door positief bedrijfsnieuws. De tienjaarsrente op Nederlandse staatsleningen liep licht op van 3,09% naar 3,16%. Goud steeg met 2,3% en functioneerde daarmee opnieuw als buffer tegen geopolitieke onzekerheid.
Vooruitblik zoals destijds geformuleerd
De gevarenzone was nog niet voorbij. De positionering was er dan ook op gericht om portefeuilles weerbaarder te maken: brede spreiding, een goudpositie als hedge tegen aanhoudende geopolitieke onrust, en een onderwogen positie in obligaties vanwege het verwachte opwaartse renterisico als gevolg van inflatiedruk. Navigeren bleef moeilijk, maar koers houden ook.


