Juli 2025 beloofde op papier een turbulente maand te worden. Toch verliep de periode opvallend kalm, een patroon dat inmiddels voor beleggers vertrouwd begint aan te voelen.
Handelstarieven: minder schrik, meer rekening
De spanningen rondom het Amerikaanse handelsbeleid leken begin juli opnieuw te escaleren. De deadline van 1 augustus voor nieuwe importtarieven hing boven de markt, en bedrijven worstelden met de vraag hoe zij hun investeringsplannen konden doorzetten in een klimaat van voortdurende onzekerheid. Toch trokken markten zich steeds minder aan van de boute verklaringen van het Witte Huis. Het patroon werd herkenbaar: scherpe retoriek, gevolgd door onderhandelingen die uitmondden in een deal die dicht bij de oorspronkelijke doelstelling lag.
Zowel Japan als de Europese Unie kozen uiteindelijk voor pragmatisme en stemden in met een eenzijdig tarief van 15%. Voor de korte termijn gaf dat de financiële markten lucht. De aandacht kon zich verplaatsen van politieke onzekerheid naar de fundamenten: investeringen en winstgroei.
Kwartaalcijfers en macro-economische achtergrond
Het tweede kwartaalcijferseizoen was in volle gang. De eerste resultaten vielen per saldo mee. Overheidsinvesteringen, met name in Europa, boden een extra impuls voor verdere groei. Tegelijk bleef de vraag wat de importtarieven op termijn doen met marges en inflatie. Die onduidelijkheid raakte niet zozeer de beurskoersen als wel de prognoses van directieteams, die het komende jaar moeilijk kwantificeerbaar hielden.
Op macro-economisch vlak bleef de schade beperkt. De Amerikaanse economie presteerde beter dan verwacht; de Europese economie noteerde over het eerste kwartaal nog een bescheiden plus. De inflatie-effecten van de tarieven moeten zich nog voluit manifesteren. Intussen bleef de roep vanuit Washington om renteverlagingen aanhouden, de huidige renteniveaus drukken zowel de hypotheekmarkt als de financieringslasten van de Amerikaanse overheid.
Wat betreft de concrete marktontwikkelingen in juni: de AEX daalde licht van 913,28 naar 902,06 punten (-1,2%). De S&P 500 steeg in dollars met 1,9%, opnieuw gedreven door een kleine groep grote technologiebedrijven. De rente op 10-jaars Nederlandse staatsobligaties liep op van 2,79% naar 2,86%. Goud bleef stabiel rond de $3.300 per troy ounce en vervulde zijn rol als buffer in een politiek aangedreven beleggingsomgeving.
Positionering: voorzichtig, met oog voor kansen
In deze omgeving werd gekozen voor een voorzichtige opstelling. Er werd wat extra liquiditeit aangehouden, mede omdat de wisselvalligheid van het handelsbeleid op kortere termijn instappunten kon bieden om het aandelenbelang selectief op te hogen. Europa werd daarbij gezien als een relatief aantrekkelijk speelveld, gezien de combinatie van overheidsstimulering en bescheiden waarderingen. Goud bleef een substantieel onderdeel van de vermogensspreiding.
Vooruitblik vanuit die periode
De verwachting was dat de komende maanden in het teken zouden blijven staan van politieke berichtgeving als de primaire driver van marktsentiment. Zodra de directe tariefspanning zou luwen, zou de blik zich meer richten op de werkelijke economische doorwerking, met name op bedrijfsmarges en consumentenbestedingen in de VS. Tot die helderheid er was, leek voorzichtigheid de meest prudente houding.


