In mei 2026 bleef de focus op een mogelijke vredesdeal. De geopolitieke spanning was in de voorgaande weken iets geluwd doordat het staakt-het-vuren standhield, al bleef echte ontspanning uit. Dit is de marktvisie zoals Frits Vogel die begin juni 2026 beschreef.
Geopolitiek: onderhandelingen op de valreep
De situatie in het Midden-Oosten werd iets minder turbulent, maar van rust was nog geen sprake. De VS en Iran zaten nog steeds aan tafel, en de signalen wezen op een eindfase van de onderhandelingen: men werkte aan de laatste details, met het nucleaire programma als spil. De Straat van Hormuz bleef gesloten, wat de olietoevoer onder druk hield. Stijgende aandelenkoersen gaven de Amerikaanse regering enige onderhandelingsruimte, maar concrete stappen lieten op zich wachten. De uiteindelijke deal moest op papier nog beter uitpakken dan de afspraken die eerder destijds waren gemaakt, een hoge lat.
De verstoring van de olieproductie gaf een extra impuls aan de transitie naar andere energiebronnen. Landen in Zuid-Amerika en Afrika versnelden hun overstap, gedreven door de behoefte om minder afhankelijk te worden van instabiele regio's. Twee energieschokken in vijf jaar hebben de urgentie om de eigen energievoorziening te versterken vergroot. Op langere termijn betekent een krimpende rol van olie ook een structureel lagere olieprijs, een verschuiving die langzaam maar gestaag plaatsvond.
Macro-economie: tussen groei en stagflatie
De combinatie van herlevende inflatie en een traag verlopende vredesdeal plaatste centrale banken in een lastige positie. Het meest ongunstige scenario, stagflatie, leek niet ondenkbaar: economische stagnatie met aanhoudende prijsstijgingen laat weinig beleidsruimte over. Een renteverhoging was denkbaar als inflatiebestrijdende maatregel, maar dat risico vergroot tegelijk de druk op de reële economie. Centrale banken konden weinig anders dan afwachten en hopen op een snelle hervatting van de olieaanvoer.
Ondertussen doken de eerste waarschuwingssignalen op over aandelenwaarderingen. Koersen stonden hoog, ondanks alle onzekerheid. Een correctie zou het consumentenvertrouwen kunnen aantasten en de economie alsnog pijn doen. Toch bleef de consument in mei gewoon besteden. De economie toonde veerkracht, ook al waren gevoelindicatoren zoals consumentenvertrouwen somber gestemd.
Bedrijfsresultaten en marktontwikkeling
De kwartaalresultaten over Q1 vielen grotendeels mee. Bedrijven met voldoende prijszettingsvermogen slaagden erin inflatiedruk door te berekenen zonder de winstgevendheid te schaden. Investeringen in veiligheid en technologie, met name kunstmatige intelligentie, bleven doorgaan. Europa liet duidelijker van zich horen: de afhankelijkheid van zowel de VS als China moest afnemen, en daarvoor werd geïnvesteerd. Ondanks een achterstand op dit vlak werd de Europese aandelenmarkt als relatief aantrekkelijk beoordeeld.
In cijfers: de AEX steeg van 1.014 naar 1.035 punten, een plus van circa 2%. De Nederlandse chipindustrie droeg hier wederom aan bij. De S&P 500 liet in april zelfs een herstel van 10,6% zien, gevoed door positieve bedrijfsberichten. De tienjaarsrente op Nederlandse staatsobligaties liep in mei op naar 3,28% om daarna terug te vallen naar 3,07%, mede door verwachtingen over een naderende heropening van de Straat van Hormuz. De goudprijs daalde in deze periode met 2,1%.
Portefeuillepositie: voorzichtiger, goud gehandhaafd
Gegeven de goede prestaties tot dat moment werd de aandelenpositie in mei teruggebracht en werd er ruimte aangehouden voor liquiditeit. De goudpositie werd ongewijzigd gelaten. De nadruk bleef op Europese aandelen, die ten opzichte van andere markten nog steeds als goedkoop werden beschouwd. De gevarenzone was nog niet voorbij, maar de wil om eruit te komen was zichtbaar, en dat telde.


