De maand oktober is historisch gezien meestal een slechte maand voor aandelenbeleggers. Vaak kwam in deze maand een significante correctie op gang. De vraag is nu of dat ook dit jaar het geval is geweest als we naar de verschillende indices kijken.
Techaandelen onder druk
De AEX-index is in oktober met 1,7% gestegen, maar kijkend naar de onderliggende aandelen is er wel degelijk veel gebeurd. De AEX manifesteert zich steeds meer als een tech-index door de grote wegingen van ASML, ASMI en Besi. Deze bedrijven lieten wederom zeer goede cijfers over het derde kwartaal zien, met een goed gevuld orderboek en sterke marges. Toch gingen juist deze techbedrijven in oktober hard onderuit. Besi verloor 24% en ook ASML moest 11,3% inleveren.
Met name de onzekerheid over investeringen in AI zorgde voor een correctie. Berichten van een aantal grote spelers in de VS dat investeringen mogelijk enigszins worden teruggeschroefd, leidden tot onrust op de markt. Daarbij komt steeds duidelijker naar voren dat de grote technologiebedrijven deze investeringen niet langer volledig uit hun operationele kasstromen kunnen financieren en daarom steeds vaker een beroep moeten doen op de kapitaalmarkt.
Dat de AEX per saldo toch is gestegen, komt door de koerssprong van een aantal achtergebleven aandelen. Het gaat daarbij onder meer om Wolters Kluwer en DSM maar ook om Shell. De angst dat AI bedrijven als Wolters Kluwer op korte termijn minder relevant zou maken, blijkt niet uit de cijfers. Shell profiteert juist van de relatief hoge energieprijzen.
Eenzelfde beeld was zichtbaar op de Amerikaanse aandelenmarkt, al sloot deze per saldo wel ongeveer 1% lager.
Overheidsfinanciën en rente
De rotatie van technologieaandelen naar de bredere markt ondersteunt uiteindelijk de indices. Per saldo is er dus nog geen sprake van een uittocht uit aandelen richting obligaties. Dit wordt mede ingegeven door de onzekerheid op budgettair vlak bij verschillende overheden. Het financieringstekort is zonder ingrijpende maatregelen moeilijk onder controle te krijgen. Als alle landen tegelijkertijd inzetten op economische groei om uit de schulden te groeien, kan dat onmogelijk voor iedereen succesvol zijn.
Dit zien we bijvoorbeeld al in Frankrijk. De schulden blijven oplopen en door de stijgende rente wordt het steeds moeilijker om voldoende investeringsruimte te creëren voor toekomstige verdiencapaciteit. Ook hier zijn het verminderen van bureaucratie en het terugdringen van regelgeving van groot belang, maar dat blijkt een hardnekkig en complex vraagstuk.
Inmiddels daalt de tienjaarsrente in Nederland omdat beleggers het risico van Frankrijk te groot vinden en kiezen voor landen die de begrotingsregels serieuzer nemen. Waar de Franse tienjaarsrente is gestegen naar 5%, daalde de Nederlandse rente naar 3,43%.
Vooruitblik en positionering
Ondanks dat de eerste blaadjes zijn gevallen, met name in de technologiesector, ziet het macro-economische beeld er nog steeds goed uit. De werkloosheid blijft laag en er wordt nog altijd geïnvesteerd in belangrijke sectoren. De verkiezingen in de VS zullen naar verwachting de markt meer duidelijkheid geven over het toekomstige beleid, wat ruimte kan bieden voor verder herstel van het vertrouwen. Risico's blijven echter aanwezig, vooral op het gebied van geopolitiek en buitenlands beleid. Dat kan zeker voor bewegelijkheid op de financiële markten zorgen.
Wij blijven daarom positief over aandelen en zien ook voorzichtig kansen voor obligaties. De weging in aandelen blijft overwogen en we kiezen daarbij voor bedrijven die in de afgelopen periode zijn achtergebleven.


