September 2025 bewees dat financiële markten snel kunnen omslaan, van voorzichtig naar ronduit positief. Een combinatie van meevallende bedrijfscijfers, de lang verwachte eerste renteverlaging van de Federal Reserve en aanhoudende AI-investeringen duwde de beursindices omhoog. Ondertussen zorgde de obligatiemarkt voor ongemakkelijkere vragen over begrotingsdiscipline.
Bedrijfswinsten: VS overtreft, Europa blijft achter
De cijfers over het tweede kwartaal vielen in de VS fors beter uit dan verwacht. De gemiddelde winstgroei bedroeg 12,4% en liefst 80% van de beursgenoteerde bedrijven overtrof de analistenverwachtingen. In Europa was het beeld grilliger: de winstgroei lag er met zo'n 4% een stuk bescheidener bij.
De AI-investeringsgolf speelde hierin een duidelijke rol. Chipbedrijven profiteerden het meest van de aanhoudende vraag naar rekenkracht. ASML en sectorgenoten trokken in september de AEX meetbaar hoger, de index klom van 896,62 naar 942,78 punten, een plus van 5,1%. In de VS deed de S&P 500 er 3% bij, gemeten in dollar, met de 'Magnificent Seven' als voornaamste aanjagers.
Fed gooit het roer om, ECB krijgt ruimte
Het grootste nieuws van de maand was de eerste renteverlaging van de Fed. Ondanks zorgen over importtarieven, die op termijn inflatie kunnen aanwakkeren, kozen de beleidsmakers voor stimulering. De redenering: het inflatie-effect van de heffingen is waarschijnlijk eenmalig, terwijl de arbeidsmarkt zichtbaar afkoelde en extra impuls verdient. Dat president Trump al langere tijd druk uitoefende voor lagere rentes, speelde op de achtergrond mee; toch was er inhoudelijk voldoende ruimte voor het besluit.
De zwakkere dollar maakte Europese importen goedkoper, wat samen met een dalende olieprijs het inflatiepad in de eurozone versoepelde. De ECB leek daarmee de ruimte te krijgen voor vervolgstappen, al bleef de Nederlandse 10-jaarsrente in september op 2,87% vrijwel stabiel.
Obligatiemarkt: begrotingsdiscipline onder druk
Minder vrolijk was het beeld op de staatsobligatiemarkt. Een opvallend fenomeen deed zich voor: zowel in de VS als in Frankrijk konden grote bedrijven op dat moment goedkoper lenen dan de overheid zelf. Dat is een directe afspiegeling van zorgen over begrotingstekorten. Beleggers verschoven geld weg van dit staatspapier, richting andere landen of bedrijfsobligaties.
De les die markten hier trokken, was helder: overheden die de hand niet op de knip houden, betalen een steeds hogere rekening op de kapitaalmarkt. Dat dwingt uiteindelijk tot aanpassingen, en schept tegelijk kansen voor wie belegt in de bedrijven of sectoren die van die verschuiving profiteren.
Vooruitblik vanuit die periode
Het sentiment voor aandelen verbeterde in de loop van september. In deze context werd de aandelenallocatie in de portefeuille voorzichtig verhoogd, terwijl goud zijn functie als stabiele component behield, de goudprijs steeg van $3.434 naar $3.847. De verwachting was dat beschikbare liquiditeit in de weken daarna selectief zou worden ingezet voor aandelen die nog niet volledig hadden meegedaan in het herstel. Banken voerden hun kredietverlening op; de koersen van financiële instellingen suggereerden dat vroeg-cyclische sectoren al in beweging kwamen. Investeringen in infrastructuur en defensie gingen onverminderd door, en Europa leek zich op te maken voor een inhaalslag op het gebied van kunstmatige intelligentie.


