Dividend uitkeren: de spelregels
Als DGA heeft u de mogelijkheid om winst uit uw BV aan uzelf uit te keren in de vorm van dividend. Dit is voor veel ondernemers een belangrijke manier om te profiteren van het succes van hun onderneming. Maar het uitkeren van dividend is aan regels gebonden. In dit artikel leggen wij uit hoe het werkt en waar u op moet letten.
Wat is dividend?
Dividend is een uitkering van winst door een vennootschap aan haar aandeelhouders. Als DGA bent u doorgaans zowel bestuurder als (groot)aandeelhouder van uw BV. Wanneer de BV winst maakt, kunt u besluiten om een deel van die winst als dividend aan uzelf uit te keren. Het restant kan in de BV blijven om te herinvesteren of als buffer aan te houden.
De uitkeringstoets: een wettelijke verplichting
Voordat u dividend kunt uitkeren, moet het bestuur van de BV een zogenaamde uitkeringstoets uitvoeren. Deze toets is wettelijk verplicht op grond van artikel 2:216 van het Burgerlijk Wetboek en bestaat uit twee onderdelen:
1. Het besluit van de algemene vergadering
De algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) besluit tot het uitkeren van dividend. Als enig aandeelhouder kunt u dit besluit zelf nemen, maar het moet wel schriftelijk worden vastgelegd in de notulen. Dit is een formeel vereiste dat niet mag worden overgeslagen.
2. De goedkeuring van het bestuur
Na het besluit van de AVA moet het bestuur beoordelen of de BV na de dividenduitkering nog aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit is de kern van de uitkeringstoets. Het bestuur moet beoordelen of de BV, na de voorgenomen uitkering, haar opeisbare schulden kan blijven betalen. Hierbij moet worden gekeken naar een periode van ongeveer twaalf maanden na de uitkering.
Als het bestuur goedkeuring verleent terwijl het wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de BV na de uitkering niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, zijn de bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor het tekort. Dit is een serieus risico dat niet lichtvaardig mag worden genomen.
De fiscale behandeling van dividend
Dividend dat wordt uitgekeerd aan een aandeelhouder die een aanmerkelijk belang heeft (5% of meer van de aandelen), wordt belast in Box 2 van de inkomstenbelasting. Het AB-tarief bedraagt in 2026:
24,5% over de eerste 68.843 euro aan dividend (voor fiscale partners: 137.686 euro gezamenlijk)
31% over het meerdere
Het is belangrijk om te beseffen dat de BV over de winst al vennootschapsbelasting heeft betaald voordat het dividend wordt uitgekeerd. De gecombineerde belastingdruk is daardoor hoger dan het AB-tarief alleen suggereert.
Dividend via een holdingstructuur
Veel DGA's maken gebruik van een holdingstructuur, waarbij een holding-BV de aandelen houdt van een of meer werkmaatschappijen. Dividenduitkeringen van de werkmaatschappij aan de holding zijn in beginsel vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van de deelnemingsvrijstelling. Dit betekent dat de winst belastingvrij kan worden doorgeschoven naar de holding.
Pas wanneer u als privépersoon dividend ontvangt vanuit de holding, is AB-heffing verschuldigd. Door het dividend in de holding te laten en van daaruit te herbeleggen, kunt u het belastingmoment uitstellen. Dit biedt een aanzienlijk fiscaal voordeel, met name bij grotere vermogens en een langere beleggingshorizon.
Optimaal dividendbeleid
Een doordacht dividendbeleid houdt rekening met verschillende factoren:
De tariefschijven benutten
Door jaarlijks een bedrag tot de grens van de eerste tariefschijf uit te keren (68.843 euro per persoon, 137.686 euro voor partners), profiteert u van het lagere tarief van 24,5%. Dit is fiscaal voordeliger dan eens in de zoveel jaar een groot bedrag ineens uitkeren.
Afstemming met uw salaris
Als DGA bent u verplicht om uzelf een gebruikelijk loon toe te kennen. Dit loon wordt belast in Box 1. Het is verstandig om uw salaris en dividenduitkeringen op elkaar af te stemmen, zodat de totale belastingdruk wordt geoptimaliseerd. Een te hoog salaris leidt tot meer belasting in Box 1, terwijl een te laag salaris door de Belastingdienst kan worden gecorrigeerd.
Rekening houden met Box 3
Dividend dat u ontvangt, vergroot uw vermogen in privé. Dit vermogen valt in Box 3 en wordt jaarlijks belast. Als u het dividend niet nodig heeft voor uw levensonderhoud, kan het fiscaal voordeliger zijn om het in de BV te laten en daar te herbeleggen.
Dividend en de pensioenverplichting
Als uw BV nog een pensioenverplichting op de balans heeft staan, bijvoorbeeld een bevroren pensioen in eigen beheer of een ODV, dan moet deze verplichting worden meegenomen bij de uitkeringstoets. De commerciële waarde van de pensioenverplichting kan aanzienlijk zijn en de dividendruimte beperken. Het is daarom van belang om de pensioenverplichting goed in kaart te brengen voordat u tot dividenduitkering overgaat.
Tussentijds dividend
Naast het reguliere dividend op basis van de vastgestelde jaarrekening, kunt u ook tussentijds dividend (interim-dividend) uitkeren. Hiervoor is een besluit van het bestuur nodig en ook hier geldt de uitkeringstoets. Tussentijds dividend kan handig zijn als u gedurende het jaar liquiditeit nodig heeft, maar het vereist wel dat er voldoende zekerheid is over de winstverwachting.
Professioneel advies
Het uitkeren van dividend lijkt eenvoudig, maar de fiscale en juridische aspecten zijn complexer dan ze op het eerste gezicht lijken. Een verkeerde inschatting kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid of een onnodige hoge belastingdruk. Bij Noble & Partners helpen wij u graag met het opstellen van een optimaal dividendbeleid dat past bij uw persoonlijke situatie en doelstellingen. Neem contact met ons op voor deskundig advies.


