BV & Vermogen
Er zijn meerdere manieren om geld uit uw BV te halen, elk met eigen fiscale gevolgen:
- Salaris: belast in box 1 (tarief tot 49,5%). U bent als DGA verplicht minimaal het gebruikelijk loon (2026: ca. €56.000) op te nemen
- Dividend: eerst vennootschapsbelasting (19-25,8%), daarna 33% aanmerkelijk belang-heffing in box 2
- Managementvergoeding: als u een holding-werkmaatschappij structuur heeft
- Lening: lenen van uw eigen BV (max €500.000 sinds de Wet excessief lenen)
- Rekening-courant: voor kleinere bedragen, maar pas op voor de grenzen
De optimale mix hangt af van uw persoonlijke situatie, het vermogen in de BV en uw bestedingsdoelen.
Dit hangt af van uw specifieke situatie, maar er zijn algemene vuistregels:
- Beleggen in BV: vennootschapsbelasting (19-25,8%) + bij uitkering box 2 (33%). Effectieve belastingdruk circa 40-47%
- Beleggen privé: box 3-belasting op basis van een fictief of werkelijk rendement. In 2026 is dit ca. 36% over een fictief rendement
Beleggen in de BV is vaak voordeliger als u het rendement niet direct nodig heeft en het vermogen kunt laten doorgroeien. Het geld wordt pas effectief zwaarder belast op het moment dat u het als dividend uitkeert.
Beleggen privé kan voordeliger zijn als u het geld flexibeler wilt inzetten of als de box 3-heffing voor u gunstig uitpakt.
Sinds de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (ingegaan 2023) mag u maximaal €500.000 lenen van uw BV (voor u en uw partner samen). Schulden boven dit bedrag worden aangemerkt als een fictief regulier voordeel in box 2 en belast met 33%.
Uitzonderingen:
- Eigenwoningschulden (hypotheek via de BV) tellen niet mee, mits de lening voor 2023 is afgesloten
- Nieuwe eigenwoningschulden na 2023 tellen wél mee
DGA & Belasting
Als DGA bent u verplicht uzelf minimaal het gebruikelijk loon uit te keren. In 2026 bedraagt dit minimaal circa €56.000 bruto per jaar (wordt jaarlijks geïndexeerd).
Het gebruikelijk loon kan hoger zijn als werknemers in vergelijkbare functies meer verdienen. De Belastingdienst hanteert hiervoor de doelmatigheidsmarge van 25%: uw loon moet minimaal 75% zijn van het loon dat gebruikelijk is voor een vergelijkbare positie.
In 2026 geldt nog steeds het forfaitaire stelsel, waarbij de Belastingdienst een fictief rendement berekent op basis van de samenstelling van uw vermogen:
- Spaargeld: forfaitair rendement circa 1,03%
- Beleggingen en overig: forfaitair rendement circa 6,04%
- Schulden: aftrekbaar tegen circa 2,47%
Over het berekende fictieve rendement betaalt u 36% belasting. Het heffingsvrije vermogen bedraagt €57.684 per persoon (€115.368 voor fiscale partners).
Belangrijk: het kabinet werkt aan een nieuw systeem op basis van werkelijk rendement, verwacht per 2028.
Een holdingstructuur biedt meerdere voordelen voor DGA's:
- Deelnemingsvrijstelling: winst die de werkmaatschappij uitkeert aan de holding is vrijgesteld van vennootschapsbelasting
- Risicospreiding: bij faillissement van de werkmaatschappij is het vermogen in de holding beschermd
- Flexibiliteit: meerdere activiteiten onder één holding, gemakkelijker verkoop van een bedrijfsonderdeel
- Pensioenopbouw: vermogensopbouw in de holding
- Estate planning: eenvoudiger overdracht aan de volgende generatie
De Wet excessief lenen bepaalt dat DGA's en hun partners maximaal €500.000 mogen lenen van hun eigen BV. Schulden boven dit bedrag worden jaarlijks op peildatum 31 december belast als fictief inkomen in box 2 (33%).
De wet geldt niet alleen voor u, maar ook voor uw fiscale partner en verbonden personen. Het doel is om te voorkomen dat DGA's via leningen box 2-belasting uitstellen.
Pensioen & Oudedagsvoorziening
Als DGA bouwt u geen pensioen op via een werkgever. U moet zelf zorgen voor uw oudedagsvoorziening. De belangrijkste opties:
- Vermogensopbouw in de holding: beleggen via uw BV en op termijn als dividend uitkeren
- Lijfrente: fiscaal aftrekbaar tot de jaarruimte, pensioen in box 1
- Privébeleggingen: vermogensopbouw in box 3
- Oudedagsverplichting (ODV): als u nog een pensioenverplichting in eigen beheer had
Een combinatie van deze opties is doorgaans het meest effectief. Laat een adviseur doorrekenen welke verdeling voor u optimaal is.
De ODV is ontstaan toen pensioen in eigen beheer werd afgeschaft in 2017. DGA's die pensioen in eigen beheer hadden, konden ervoor kiezen om de pensioenverplichting om te zetten in een ODV.
De ODV keert uit in vaste termijnen vanaf uw AOW-leeftijd, gedurende 20 jaar. De uitkeringen zijn belast in box 1. Het restant blijft in de BV en groeit mee met de marktrente (U-rendement).
Een fonds voor gemene rekening (FGR) is een samenwerkingsvorm waarbij meerdere personen gezamenlijk beleggen via één fonds. Elke deelnemer bezit participaties in het fonds.
Voordelen voor families en DGA's:
- Collectief beleggen: schaalvoordelen en lagere kosten
- Flexibiliteit: deelnemers kunnen toetreden en uittreden
- Vermogensoverdracht: participaties kunnen worden geschonken
Let op: sinds 2025 zijn open FGR's niet langer fiscaal transparant. Raadpleeg een adviseur over de gevolgen.
