Pensioenplanning voor DGA's: een persoonlijke benadering
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u gewend om zelf de regie te voeren. Dat geldt voor uw onderneming, maar ook voor uw pensioenplanning. Toch merken wij in de praktijk dat veel DGA's hun eigen pensioenvoorziening stiefmoederlijk behandelen. De dagelijkse bedrijfsvoering vraagt immers alle aandacht. Maar juist als ondernemer is het cruciaal om tijdig na te denken over uw financiële toekomst.
Het verdwijnen van pensioen in eigen beheer
Tot 2017 was het voor DGA's gebruikelijk om pensioen op te bouwen binnen de eigen BV. Dit zogenaamde pensioen in eigen beheer (PEB) bood fiscale voordelen: de pensioenverplichting drukte de winst en het geld bleef beschikbaar voor de onderneming. Met de invoering van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer is deze mogelijkheid echter definitief komen te vervallen.
DGA's die nog een pensioenaanspraak in eigen beheer hadden, kregen drie keuzes: afkoop (met een aantrekkelijke korting), omzetting naar een oudedagsverplichting (ODV), of het bevriezen van de bestaande aanspraken. Inmiddels is de afkooptermijn verstreken en resteert voor velen de ODV of de bevroren aanspraak als uitgangspunt voor verdere planning.
Welke opties heeft u als DGA?
Na het wegvallen van het pensioen in eigen beheer zijn er diverse alternatieven om uw oudedagsvoorziening vorm te geven. Wij zetten de belangrijkste opties voor u op een rij:
1. De oudedagsverplichting (ODV)
De ODV is ontstaan als alternatief voor het pensioen in eigen beheer. Het is een verplichting van de BV aan de DGA om vanaf de AOW-leeftijd gedurende twintig jaar een vast bedrag uit te keren. De ODV wordt jaarlijks opgerent met de marktrente (het U-rendement). Het voordeel is de eenvoud en de lagere administratieve lasten vergeleken met het oude PEB. Het nadeel is dat het rendement beperkt is en dat het vermogen in de BV moet blijven.
2. Extern opbouwen via een lijfrente
U kunt als DGA ook kiezen voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening buiten de BV. Door middel van een lijfrenteverzekering of een bancaire lijfrente (banksparen) bouwt u vermogen op dat bij pensionering wordt uitgekeerd. De premies zijn binnen de fiscale jaarruimte en reserveringsruimte aftrekbaar in Box 1. Dit biedt een stuk zekerheid, omdat het vermogen gescheiden is van uw ondernemingsrisico.
3. Beleggen in de BV
Een andere veelgebruikte strategie is het opbouwen van beleggingsvermogen binnen de BV, zonder dat dit formeel als pensioenvoorziening is aangemerkt. De BV belegt het overtollige kasgeld en bouwt zo een substantieel vermogen op. Bij uitkering valt dit onder de dividendbelasting en het AB-tarief in Box 2. Het voordeel is de flexibiliteit; het nadeel is dat het vermogen ondernemingsrisico loopt en dat de fiscale druk bij uitkering aanzienlijk kan zijn.
4. Combinatie van methoden
In de praktijk kiezen veel DGA's voor een combinatie van bovenstaande opties. Zo spreidt u het risico en optimaliseert u de fiscale positie. Een deel van het vermogen bouwt u extern op via een lijfrente, terwijl u binnen de BV belegt voor aanvullend rendement. De ODV dient als stabiele basis.
De rol van uw partner
Bij pensioenplanning voor DGA's speelt de positie van uw partner een belangrijke rol. Bij echtscheiding heeft uw partner in beginsel recht op een deel van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Dit geldt ook voor de ODV. Het is daarom verstandig om hierover goede afspraken te maken, bij voorkeur vastgelegd in huwelijkse voorwaarden of een echtscheidingsconvenant.
Daarnaast is het relevant om na te denken over het partnerpensioen. Wat gebeurt er financieel als u komt te overlijden? Is uw partner dan voldoende verzorgd? Een overlijdensrisicoverzekering of een nabestaandenlijfrente kan hiervoor een oplossing bieden.
Fiscale optimalisatie
De belastingdruk op uw pensioeninkomen hangt af van de gekozen structuur. Uitkeringen uit een lijfrente worden belast in Box 1 tegen het progressieve tarief. Dividenduitkeringen uit de BV vallen onder het AB-tarief in Box 2, dat momenteel 24,5% bedraagt tot een inkomen van 68.843 euro en daarboven 31%. Een goede planning houdt rekening met deze tariefstructuur en spreidt uitkeringen zo dat de totale belastingdruk wordt geminimaliseerd.
Ook de vennootschapsbelasting (Vpb) speelt een rol. Winsten in de BV worden eerst belast met Vpb (19% over de eerste 200.000 euro, 25,8% daarboven) voordat ze als dividend kunnen worden uitgekeerd. Een integrale benadering die zowel de Vpb als de inkomstenbelasting meeneemt, is daarom essentieel.
Wanneer begint u met plannen?
Het korte antwoord: zo vroeg mogelijk. Hoe eerder u begint met het opbouwen van uw oudedagsvoorziening, hoe meer tijd uw vermogen heeft om te groeien. Maar ook als u al wat ouder bent, is het nooit te laat om uw situatie te optimaliseren. Juist in de jaren voor uw pensionering kunt u met gerichte maatregelen uw fiscale positie aanzienlijk verbeteren.
Wij adviseren DGA's om minimaal tien jaar voor de beoogde pensioenleeftijd een uitgebreid financieel plan op te stellen. Dit plan omvat niet alleen de pensioenvoorziening, maar ook de vermogensstructuur, de bedrijfsopvolging en de estate planning. Zo creëert u een samenhangend geheel dat optimaal aansluit bij uw persoonlijke wensen en doelstellingen.
Professionele begeleiding
Pensioenplanning voor DGA's is complex en raakt aan diverse rechtsgebieden: fiscaal recht, vennootschapsrecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht. Het is daarom verstandig om u te laten begeleiden door een ervaren adviseur die al deze disciplines beheerst. Bij Noble & Partners combineren wij fiscale expertise met vermogensbeheer, zodat u verzekerd bent van een integrale en persoonlijke aanpak.
Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over uw pensioenplanning. Samen zorgen wij ervoor dat u met vertrouwen naar de toekomst kunt kijken.


