DGA en uw vermogen — het speelveld
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bevindt u zich in een unieke positie: u bent zowel ondernemer als werknemer van uw eigen vennootschap. Dit biedt kansen, maar brengt ook een complex fiscaal landschap met zich mee.
Het vermogen van een DGA is verdeeld over meerdere "compartimenten":
- De werkmaatschappij — uw operationele bedrijf
- De holding — de tussenliggende vennootschap die aandelen houdt
- Privévermogen — uw persoonlijke beleggingen en bezittingen (box 3)
- Pensioenvoorzieningen — eventuele ODV of externe pensioenopbouw
De kunst van fiscale planning als DGA is het optimaal positioneren van uw vermogen over deze compartimenten. Elk compartiment kent eigen belastingregels, en de onderlinge interactie bepaalt uw totale belastingdruk.
Geld uit uw BV halen — alle opties
Het overhevelen van geld van uw BV naar privé is een van de meest gestelde vragen onder DGA's. Er zijn meerdere routes, elk met eigen fiscale gevolgen.
1. Salaris (box 1)
Als DGA bent u verplicht minimaal het gebruikelijk loon uit te keren. In 2026 bedraagt dit circa €56.000 bruto per jaar. Het loon is aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting en wordt bij u belast in box 1 (progressief tarief tot 49,5%).
2. Dividend (box 2)
Winst die u als dividend uitkeert, wordt belast tegen het aanmerkelijk belang-tarief van 33% in box 2 (2026). Hierover is eerder vennootschapsbelasting betaald (19-25,8%), waardoor de totale belastingdruk circa 40-47% bedraagt.
3. Lening van de BV
U kunt tot €500.000 lenen van uw eigen BV (Wet excessief lenen, sinds 2023). Schulden boven dit bedrag worden aangemerkt als fictief box 2-inkomen en belast met 33%.
4. Managementvergoeding
Als u een holding hebt met een werkmaatschappij, kunt u een managementvergoeding in rekening brengen. Dit is een zakelijke transactie tussen uw vennootschappen, niet een directe uitkering aan privé.
5. Kostenvergoedingen
Zakelijke kosten die u privé voorschiet, kunnen belastingvrij worden vergoed door de BV. Denk aan reiskosten, zakelijke lunches en representatiekosten.
| Route | Belastingdruk | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Salaris | tot 49,5% | Verplicht (gebruikelijk loon) |
| Dividend | 40-47% effectief | VPB + box 2 |
| Lening | 0% (tot €500k) | Wet excessief lenen |
| Kostenvergoeding | 0% | Alleen zakelijke kosten |
Beleggen: in de BV of privé?
Een veelgestelde vraag: is het voordeliger om te beleggen via de BV of in privé? Het antwoord hangt af van meerdere factoren.
Beleggen in de BV
Rendementen in de BV worden belast met vennootschapsbelasting (19% tot €200.000, 25,8% daarboven). Pas bij uitkering als dividend betaalt u nog eens 33% box 2-belasting. De totale effectieve belastingdruk is circa 40-47%.
Maar: zolang u het rendement niet uitkeert, groeit het vermogen binnen de BV tegen het lagere VPB-tarief. Dit uitstellen van box 2-afdracht is fiscaal aantrekkelijk op de lange termijn.
Beleggen in privé
In box 3 betaalt u belasting over een forfaitair rendement. In 2026 bedraagt dit circa 6,04% forfaitair rendement op beleggingen, belast tegen 36% = effectief circa 2,2% per jaar over de waarde van uw beleggingen.
Wanneer is de BV voordeliger?
- Als u het rendement niet direct nodig heeft en het kunt laten doorgroeien
- Als uw werkelijke rendement lager is dan het box 3-forfait (6,04%)
- Als u het vermogen op termijn wilt overdragen aan de volgende generatie (via BOR)
Wanneer is privé voordeliger?
- Als u het geld flexibel wilt kunnen inzetten
- Als uw werkelijke rendement hoger is dan het forfait
- Als het vermogen binnen het heffingsvrije vermogen valt (€57.684 p.p.)
De holdingstructuur
Een holdingstructuur is voor veel DGA's de basis van hun financiële architectuur. De holding bezit de aandelen van één of meer werkmaatschappijen en fungeert als "tussenlaag" tussen uw onderneming en privé.
Voordelen
- Deelnemingsvrijstelling — winst die de werkmaatschappij uitkeert aan de holding is vrijgesteld van VPB
- Risicospreiding — bij faillissement van de werkmaatschappij is het vermogen in de holding beschermd
- Flexibiliteit — meerdere activiteiten onder één holding, eenvoudiger verkoop van bedrijfsonderdelen
- Vermogensopbouw — winsten ophopen in de holding voor belegging of pensioen
- Estate planning — aandelen overdragen via de holding i.p.v. de werkmaatschappij
Structuurschema
Een typische structuur ziet er als volgt uit:
- U (privé) → houdt 100% aandelen in de Holding BV
- Holding BV → houdt 100% aandelen in de Werkmaatschappij BV
- Werkmaatschappij BV → de operationele onderneming
Winst vloeit via de deelnemingsvrijstelling (0% VPB) van werkmaatschappij naar holding. In de holding kan het vermogen worden belegd, opgepot of uitgekeerd als dividend (33% box 2).
Pensioenplanning als DGA
Als DGA bouwt u geen pensioen op via een werkgever. U moet zelf zorgen voor uw oudedagsvoorziening. Dit biedt vrijheid, maar vereist ook discipline en planning.
Optie 1: Vermogensopbouw in de holding
De meest voorkomende strategie: winsten ophopen in de holding en beleggen. Op termijn keert u het vermogen uit als dividend (33% box 2) of als periodieke uitkering. Voordeel: flexibiliteit en relatief lage belastingdruk zolang u niet uitkeert.
Optie 2: Lijfrente (box 1)
U kunt als DGA jaarlijks een bedrag aftrekken in box 1 via de jaarruimte of reserveringsruimte. Het opgebouwde pensioen wordt later belast in box 1 (progressief tarief). Effectief maakt u gebruik van het verschil tussen uw huidige en toekomstige belastingtarief.
Optie 3: Oudedagsverplichting (ODV)
Als u vóór 2017 pensioen in eigen beheer had, is dit mogelijk omgezet in een ODV. De ODV keert uit in vaste termijnen over 20 jaar vanaf uw AOW-leeftijd. De uitkeringen zijn belast in box 1.
Optie 4: Privébeleggingen (box 3)
Naast de BV kunt u ook privé beleggen voor uw pensioen. Dit biedt maximale flexibiliteit, maar u betaalt box 3-belasting over het vermogen.
De optimale combinatie
In de praktijk combineren de meeste DGA's meerdere opties:
- Vermogensopbouw in de holding als hoofdpijler
- Jaarlijkse lijfrenteaftrek als aanvullende pensioenopbouw
- Privébeleggingen voor flexibiliteit
Box 3-belasting in 2026
De box 3-belasting is de afgelopen jaren sterk veranderd en blijft in beweging. Hier de actuele stand voor 2026.
Hoe werkt het forfaitaire stelsel?
De Belastingdienst berekent een fictief rendement op uw vermogen, gebaseerd op de samenstelling:
| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2026 |
|---|---|
| Spaargeld | ca. 1,03% |
| Beleggingen en overig | ca. 6,04% |
| Schulden | ca. 2,47% (aftrekbaar) |
Over het berekende fictieve rendement betaalt u 36% belasting. Het heffingsvrije vermogen bedraagt €57.684 per persoon (€115.368 voor fiscale partners).
Rekenvoorbeeld
U heeft €500.000 aan beleggingen en geen schulden:
- Heffingsvrij: €57.684
- Belastbaar: €442.316
- Forfaitair rendement: 6,04% × €442.316 = €26.716
- Box 3-belasting: 36% × €26.716 = €9.618 per jaar
Komende wijzigingen
Het kabinet werkt aan een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement, verwacht per 2028. Dit betekent dat u in de toekomst belasting betaalt over uw daadwerkelijke rendement in plaats van een forfait. Tot die tijd geldt het huidige stelsel.
Noble & Partners voor DGA's
Bij Noble & Partners begrijpen we de unieke positie van de DGA. Onze adviseurs hebben jarenlange ervaring met het optimaliseren van DGA-vermogens en werken nauw samen met uw accountant en fiscalist.
Wat wij bieden
- Vermogensbeheer in de BV — professioneel beleggen van overtollige liquiditeiten in de holding
- BV-privé optimalisatie — de juiste balans tussen vermogen in de BV en privé
- Pensioenplanning — integrale planning van uw oudedagsvoorziening
- Estate planning — bedrijfsopvolging en vermogensoverdracht
- Fiscale coördinatie — wij stemmen af met uw accountant en fiscalist
Onze aanpak
- Inventarisatie — in kaart brengen van alle compartimenten (BV, holding, privé, pensioen)
- Analyse — berekening van de optimale verdeling en belastingdruk
- Strategie — maatwerk beleggingsstrategie afgestemd op uw fiscale structuur
- Uitvoering — professioneel beheer van alle compartimenten
- Monitoring — jaarlijkse herziening, afgestemd op veranderende wetgeving
