DGA en uw vermogen — het speelveld
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u zowel ondernemer als werknemer van uw eigen vennootschap. Dat geeft u ruimte die een gewone werknemer niet heeft, maar het brengt ook een fiscale structuur mee die aandacht vraagt.
Uw vermogen is verdeeld over vier compartimenten: de werkmaatschappij (uw operationele bedrijf), de holding (de tussenliggende vennootschap), uw privévermogen in box 3, en eventuele pensioenvoorzieningen zoals een ODV of externe opbouw. Elk compartiment heeft eigen belastingregels. De onderlinge verhouding bepaalt hoeveel u uiteindelijk afdraagt.
Fiscale planning als DGA draait om de juiste verdeling over die compartimenten. Dat is geen eenmalige keuze; wetgeving verandert, uw BV-winst verandert, uw privésituatie verandert.
Geld uit uw BV halen — alle opties
Geld van uw BV naar privé halen: het is de vraag die elke DGA vroeg of laat stelt. Er zijn vijf routes, met sterk uiteenlopende fiscale gevolgen.
1. Salaris (box 1)
Als DGA bent u verplicht minimaal het gebruikelijk loon uit te keren. In 2026 is dat circa €56.000 bruto per jaar. Het salaris is aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting en wordt bij u progressief belast in box 1, tot 49,5%.
2. Dividend (box 2)
Winstuitkering via dividend valt in 2026 onder het aanmerkelijk belang-tarief van 33% in box 2. Eerder betaalde u al vennootschapsbelasting (19-25,8%), waardoor de gecombineerde druk uitkomt op circa 40-47%.
3. Lening van de BV
De Wet excessief lenen (van kracht sinds 2023) staat u toe tot €500.000 te lenen van uw eigen BV zonder directe belastingafdracht. Schulden boven die grens gelden als fictief box 2-inkomen en worden belast tegen 33%.
4. Managementvergoeding
Heeft u een holding met een werkmaatschappij, dan kunt u een managementvergoeding in rekening brengen. Dat is een zakelijke transactie tussen uw eigen vennootschappen; geen directe onttrekking aan privé.
5. Kostenvergoedingen
Zakelijke kosten die u privé voorschiet, mag de BV belastingvrij terugbetalen. Reiskosten, zakelijke lunches, representatiekosten: mits zakelijk onderbouwd, betaalt u er geen belasting over.
| Route | Belastingdruk | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Salaris | tot 49,5% | Verplicht (gebruikelijk loon) |
| Dividend | 40-47% effectief | VPB + box 2 |
| Lening | 0% (tot €500k) | Wet excessief lenen |
| Kostenvergoeding | 0% | Alleen zakelijke kosten |
Beleggen: in de BV of privé?
BV of privé? De vraag lijkt simpel, maar het antwoord verschilt per situatie. Hieronder de kern van beide kanten.
Beleggen in de BV
Rendementen in de BV vallen onder vennootschapsbelasting: 19% tot €200.000 winst, 25,8% daarboven. Pas als u het geld als dividend uitkeert, komt er 33% box 2-belasting bij. De gecombineerde druk zit dan op circa 40-47%.
Het voordeel: zolang u niet uitkeert, groeit het vermogen door tegen het lagere VPB-tarief. Dat uitstellen van box 2-afdracht telt op de lange termijn.
Beleggen in privé
In box 3 betaalt u belasting over een forfaitair rendement. In 2026 is dat circa 6,04% op beleggingen, belast tegen 36%. Effectief komt dat neer op circa 2,2% per jaar over de waarde van uw portefeuille, ongeacht uw werkelijke resultaat.
Wanneer is de BV voordeliger?
Drie situaties: als u het rendement voorlopig niet nodig hebt en het kunt laten doorgroeien; als uw werkelijke rendement lager is dan het box 3-forfait van 6,04%; of als u het vermogen op termijn wilt overdragen aan de volgende generatie via de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).
Wanneer is privé voordeliger?
Als u het geld flexibel wilt houden, als uw werkelijke rendement structureel boven het forfait uitkomt, of als het vermogen binnen het heffingsvrije bedrag valt (€57.684 per persoon). In dat laatste geval betaalt u in privé helemaal niets.
De holdingstructuur
Voor veel DGA's is de holdingstructuur de basis van hun financiële opzet. De holding bezit de aandelen van één of meer werkmaatschappijen en zit als tussenlaag tussen uw bedrijf en privé.
Wat levert een holding op?
Winst die de werkmaatschappij uitkeert aan de holding is via de deelnemingsvrijstelling vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Dat geeft u tijd: het geld groeit in de holding door zonder directe box 2-claim. Tegelijk is het vermogen in de holding beschermd als de werkmaatschappij in zwaar weer komt. U kunt ook meerdere activiteiten onder één holding plaatsen, wat de verkoop van een bedrijfsonderdeel eenvoudiger maakt. En voor vermogensoverdracht aan de volgende generatie biedt de holdingstructuur meer handelingsruimte dan een directe overdracht vanuit de werkmaatschappij.
Hoe ziet de structuur eruit?
De standaardopzet: u privé houdt 100% van de aandelen in de Holding BV, die op haar beurt 100% houdt in de Werkmaatschappij BV. Winst stroomt via de deelnemingsvrijstelling (0% VPB) omhoog naar de holding. Daar kan het vermogen worden belegd of opgespaard; pas bij uitkering als dividend betaalt u 33% box 2.
Pensioenplanning als DGA
Als DGA bouwt u geen pensioen op via een werkgever. Uw oudedagsvoorziening regelt u zelf. Dat geeft meer vrijheid dan een standaard pensioenregeling, maar vereist ook een bewuste keuze voor structuur.
Optie 1: Vermogensopbouw in de holding
De meest gebruikte aanpak: winsten ophopen in de holding en professioneel beleggen. Op termijn keert u het vermogen uit als dividend (33% box 2) of in periodieke termijnen. Zolang u niet uitkeert, groeit het vermogen door zonder directe belastingafdracht.
Optie 2: Lijfrente (box 1)
Via de jaarruimte of reserveringsruimte kunt u jaarlijks een bedrag aftrekken in box 1 en dat storten in een lijfrente. Het opgebouwde kapitaal wordt later progressief belast in box 1. Het idee: uw tarief na pensioen is lager dan nu, waardoor het verschil een fiscaal voordeel oplevert.
Optie 3: Oudedagsverplichting (ODV)
Had u vóór 2017 pensioen in eigen beheer, dan is dat mogelijk omgezet in een ODV. De ODV keert uit in vaste termijnen over 20 jaar vanaf uw AOW-leeftijd. De uitkeringen zijn belast in box 1.
Optie 4: Privébeleggingen (box 3)
U kunt ook privé beleggen naast uw BV. Dat geeft de meeste flexibiliteit; u betaalt wel box 3-belasting over het vermogen, ook als uw werkelijke rendement lager is dan het forfait.
Wat werkt in de praktijk?
De meeste DGA's combineren meerdere opties. Vermogensopbouw in de holding als hoofdpijler, aangevuld met jaarlijkse lijfrenteaftrek en een deel privébeleggingen voor directe beschikbaarheid. Welke mix verstandig is, hangt af van uw leeftijd, uw gewenste pensioeninkomen en de huidige tarieven in box 1.
Box 3-belasting in 2026
De box 3-belasting is de afgelopen jaren sterk veranderd en blijft in beweging. Hieronder de actuele stand voor 2026.
Hoe werkt het forfaitaire stelsel?
De Belastingdienst rekent met een fictief rendement op uw vermogen, afhankelijk van de samenstelling:
| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2026 |
|---|---|
| Spaargeld | ca. 1,03% |
| Beleggingen en overig | ca. 6,04% |
| Schulden | ca. 2,47% (aftrekbaar) |
Over dat fictieve rendement betaalt u 36% belasting. Het heffingsvrije vermogen is €57.684 per persoon (€115.368 voor fiscale partners).
Rekenvoorbeeld
Stel: u heeft €500.000 aan beleggingen en geen schulden. Dan ziet de berekening er zo uit:
- Heffingsvrij: €57.684
- Belastbaar: €442.316
- Forfaitair rendement: 6,04% × €442.316 = €26.716
- Box 3-belasting: 36% × €26.716 = €9.618 per jaar
Komende wijzigingen
Het kabinet werkt aan een stelsel op basis van werkelijk rendement, verwacht per 2028. U betaalt dan belasting over uw daadwerkelijke opbrengst in plaats van een forfait. Tot die tijd geldt de huidige systematiek.
Noble & Partners voor DGA's
Noble & Partners werkt al jaren samen met DGA's bij het beheren van vermogen in de holding en het afstemmen van die inzet op hun bredere fiscale structuur. Dat doen we in nauwe samenwerking met uw accountant en fiscalist, die de fiscale advisering voor hun rekening nemen.
Wat wij doen
Onze kerntaak is vermogensbeheer: het professioneel beleggen van overtollige liquiditeiten in de holding, afgestemd op uw risicoprofiel en tijdshorizon. Daarnaast denken we mee over de verdeling tussen BV en privé, de aansluiting op uw pensioenplanning, en vermogensoverdracht via uw partnernetwerk van notaris en fiscalist.
Hoe gaan we te werk?
We beginnen met een inventarisatie van alle compartimenten: BV, holding, privé en pensioen. Op basis daarvan stellen we een beleggingsstrategie op die past bij uw fiscale structuur. Vervolgens voeren we het beheer uit en toetsen we jaarlijks of de opzet nog aansluit op gewijzigde wetgeving of persoonlijke omstandigheden.
