Welke mix past bij u?
"Hoeveel pensioen heb ik nodig?" is misschien wel de meestgestelde vraag in pensioenplanning. Het is echter de verkeerde vraag. Een bedrag zegt weinig zonder context. Relevanter is: welke mix van vast pensioeninkomen en vrij (flexibel) vermogen past bij uw situatie, uw levensstijl en uw plannen voor de toekomst?
Vast pensioeninkomen, uit werkgeverspensioen, AOW of lijfrente, biedt zekerheid maar weinig flexibiliteit. Vrij vermogen biedt maximale flexibiliteit, maar kent beleggingsrisico en vraagt om discipline. De balans daartussen is per persoon verschillend. Hieronder verkennen we de kenmerken van beide pijlers en de factoren die uw persoonlijke optimum bepalen.
Vast pensioeninkomen
Vast pensioeninkomen bestaat uit periodieke uitkeringen na uw pensioendatum, afkomstig uit de AOW, het werkgeverspensioen en eventuele lijfrente-uitkeringen.
Sterke punten
U weet wat er maandelijks binnenkomt. Of u nu 75 of 95 wordt, de uitkering loopt door. Bij vrij vermogen bestaat altijd het risico dat het opraakt. Bovendien is de uitkering niet afhankelijk van beursprestaties, wat rust geeft in dalende markten.
Beperkingen
Tenzij uw pensioen wordt geïndexeerd, verliest het koopkracht. Bij een inflatie van 2,2% per jaar is €3.500 per maand over 10 jaar nog maar circa €2.830 waard in huidige euro's; over 20 jaar circa €2.290. Bij overlijden stopt het pensioeninkomen doorgaans (behoudens eventueel partnerpensioen): er is geen resterend kapitaal voor uw kinderen of kleinkinderen. En u kunt niet meer of minder opnemen naar gelang uw behoefte; de uitkering is vast.
Vrij vermogen als pijler
Spaargeld, beleggingen en onroerend goed vormen voor veel vermogende particulieren een substantieel deel van hun financiële positie bij pensionering. Het is de meest flexibele pijler, maar ook de meest kwetsbare.
Sterke punten
U bepaalt zelf wanneer u hoeveel opneemt. In een jaar met hoge uitgaven, zoals een verbouwing, een reis of een schenking, kunt u meer opnemen; in rustige jaren minder. Mits belegd, kan vrij vermogen de inflatie bijhouden of overtreffen. Resterend kapitaal gaat naar uw erfgenamen, wat voor families die vermogen willen doorgeven een wezenlijk voordeel is.
Beperkingen
In een jaar waarin de markten fors dalen, daalt ook uw vermogen, terwijl de rekeningen gewoon doorgaan. Als u langer leeft dan verwacht, kan het vermogen opraken; er is geen automatische verlenging. Zonder structuur en zelfdiscipline kan het vermogen sneller slinken dan gepland.
Vijf factoren die uw persoonlijke mix bepalen
Leeftijd en gezondheid
Hoe ouder u bent bij pensionering, hoe meer zekerheid van vast inkomen kan wensen. Bij een goede gezondheid speelt het langleven-risico echter sterker, waardoor gegarandeerd inkomen extra waardevol wordt.
Woonlasten
Een hypotheekvrij huis maakt een groot verschil. Wie geen maandelijkse woonlasten heeft, heeft minder vast inkomen nodig voor dezelfde levensstijl. Het vrije vermogen kan dan langer meegaan of voor andere doelen worden ingezet.
Partner en kinderen
Een overblijvende partner moet ook voorzien zijn. Partnerpensioen dekt vaak slechts 70% van het werknemerspensioen. Vrij vermogen kan die kloof dichten. Als u vermogen wilt nalaten aan uw kinderen, weegt de flexibiliteit van vrij vermogen zwaarder.
Bestedingspatroon
Hoe hoger het aandeel vaste lasten (huur, verzekeringen, abonnementen) in uw totale uitgaven, hoe meer u gebaat bent bij vast inkomen dat die lasten dekt. Variabele uitgaven, reizen, hobby's, schenkingen, kunt u beter financieren uit vrij vermogen.
Risicotolerantie
Als een daling van 20% op de beurs u 's nachts wakker houdt, is een groter aandeel vast inkomen raadzaam, ongeacht wat de rekenmodellen zeggen. Financieel comfort is een kwestie van cijfers én gemoedsrust.
De rol van inflatie
Inflatie is de stille vijand van elke gepensioneerde met vast inkomen. Bij een jaarlijkse inflatie van 2,2%, het langjarig gemiddelde in Nederland, halveert de koopkracht van uw pensioeninkomen in circa 32 jaar. Een 65-jarige heeft statistisch gezien nog ruim 20 jaar te leven.
Vrij vermogen dat deels belegd is in aandelen, vastgoed of andere reële activa kan die inflatie deels bijhouden. Dat brengt beleggingsrisico met zich mee: de zekerheid van koopkrachtverlies tegenover de onzekerheid van beleggingsrendement. Het is een bewuste keuze, geen vanzelfsprekendheid.
De bucket-benadering
Een veelgebruikte methode om beide pijlers te combineren is de bucket-benadering: het totale beschikbare vermogen verdeeld over drie tijdshorizonten.
- Bucket 1 (0-3 jaar): spaargeld en zeer liquide middelen. Uw directe reserve voor dagelijkse uitgaven. Nauwelijks risico, nauwelijks rendement, maar altijd beschikbaar.
- Bucket 2 (3-10 jaar): een gemengde portefeuille van obligaties en voorzichtige aandelenfondsen, gericht op bescheiden rendement met beperkt risico. Vanuit deze bucket wordt Bucket 1 periodiek aangevuld.
- Bucket 3 (10+ jaar): groeigerichte beleggingen met een hoger risico-rendementsprofiel. Dit geld is pas over tien jaar of later nodig, wat ruimte geeft om eventuele koersdalingen op te vangen.
Het voordeel is dat u nooit gedwongen bent om beleggingen te verkopen op een ongunstig moment. Wel vraagt deze aanpak meer aandacht en beheer dan een eenvoudige spaarrekening.
De optimale mix tussen pensioeninkomen en vrij vermogen bestaat niet als universeel recept. Het is een persoonlijke afweging die recht doet aan uw financiële positie, uw levensstijl en uw wensen voor de generaties na u.


